Op zoek naar een foto klik ik op de verkeerde plek in WhatsApp. Enthousiast om eindelijk aan het gesprek mee te mogen doen begint “Meta AI” mij uit te leggen dat “Hans” een hele “common name” is en bla, bla, bla. Zelden zag ik zo’n zinloze functie in een app. Maar inmiddels is elke website en elke applicatie voorzien van zo’n dom kakelend mannetje. Niet heel inclusief misschien, “mannetje”. Maar alleen AI kan zo goed mansplainen. En wat een armoe is het eigenlijk, al die AI.
Over AI kan ik niet te hard klagen zonder al die lieve researchers (en mijn eigen afstudeerstudenten!) tekort te doen. Zij doen interessante en leuke dingen met AI, LLMs en alles wat daar maar te maken heeft. Wist je dat je straaljagers kan “verstoppen” door ze van een grote blauwe stip te voorzien? Of dat je een AI kan leren om bugs in te bouwen in je code, net zoals AI diezelfde code kan herstellen? Donders interessant natuurlijk. Daar gaat het nu niet over.
Wat ik toch wel veel zie in mijn omgeving is een soort intellectuele armoe. Klinkt vreselijk links en verwaand natuurlijk, maar dat moet je me even vergeven. Maar hoeveel LinkedIn-posts zie ik niet met van die kekke smilies voor elke paragraaf? Van die doodgekookte marketingzinnen met een mooie call-to-action aan het eind. Of elders, worden sites als bol.com niet alleen overspoeld door AI-boeken maar laten diezelfde schrijvers de AI-prompt gewoon staan. Dat is pure armoe, toch?
Ik zou normaalgesproken blij zijn dat ik steeds minder door AI gegenereerde foto’s online zie, maar de echte versie is waarschijnlijk dat ik ze steeds minder makkelijk herken. Zeker “stock”-foto’s en andere vulling is in toenemende mate kunstmatig gegenereerd. Dat roept de vraag op: als je het niet ziet, maakt het dan nog wat uit?
Nou kan je een hele discussie voeren over het stelen van auteursrechtelijk beschermd materiaal (ook mijn blogs zijn tegen mijn wil door ChatGPT opgevroten) of de gigantische energiekosten. Of je kan het hebben over de mensen die door ChatGPT tot (zelf)moord gedreven worden, zichzelf de fabeltjesfuik intypen, of beslissingen van landsbelang overlaten aan een chatbot. Maar die laat ik over aan slimmere mensen dan ik.
Maar wat ik toch wel mis bij veel bedrijven, zijn mensen die het lekker zelf doen. Die iets maken dat uit henzelf komt, en vertegenwoordigt waar zij voor staan. Geen perfecte zinnen, maar gewoon een directeur met passie die schrijft over zijn mooie bedrijf. Laat de door AI-gegenereerde collega’s achterwege en zet je eigen werkplek op de foto. Dat is voor mij “ambachtelijk”. Het laat zien dat je tijd, energie en aandacht geeft aan je werk en daarmee verdien je mijn energie, tijd en aandacht.
Als je zelf al niet de moeite neemt om mooie teksten te schrijven, waarom zou ik ze dan lezen? Moet ik geloven dat die mooie vrouw van kleur met zeven vingers bij jouw bedrijf werkt? Nee, dan sla ik liever over eigenlijk.
Laat mij niet te streng zijn, en laat AI je zeker inspireren. Soms moet je iets laten herschrijven, anders loop je helemaal vast. Genereer wat plaatjes zodat je weet wat je wil.
Maar denk ook terug aan het huiswerk dat je vroeger moest maken. Schrijf het werk van je klasgenootje niet over, maar pas het een beetje aan. In het geval van AI is de regel nog simpeler: lees het hardop voor. Als je jezelf niet herkent in wat je zegt, doet je publiek dat ook niet.